Jeugd schoenen

Hoe ga je als coach om met een verlies tijdens een toernooi

Redactie Redactie
· · 6 min leestijd

Je hebt de hele week geoefend. De kinderen staan klaar in de kleedkamer, schoenen aan, noppen op het gras.

Inhoudsopgave
  1. Eerst: stop met troostwoorden
  2. Analyseer, maar niet in de kleedkamer
  3. Wat je niet moet doen: de schuld zoeken
  4. De tegenstander was gewoon beter — en dat is oké
  5. Wat doen met de speler die erdoor kapot is?
  6. Langere termijn: bouw veerkracht op
  7. Concreet: wat neem je mee naar de volgende training?
Inhoudsopgave
  1. Eerst: stop met troostwoorden
  2. Analyseer, maar niet in de kleedkamer
  3. Wat je niet moet doen: de schuld zoeken
  4. De tegenstander was gewoon beter — en dat is oké
  5. Wat doen met de speler die erdoor kapot is?
  6. Langere termijn: bouw veerkracht op
  7. Concreet: wat neem je mee naar de volgende training?

En dan verlies je. Soms met 1-0, soms met 5-0. Het maakt niet uit wat de uitslag is: het voelt klote.

En ja, dat geldt ook voor de coach. Maar hier gaat het niet om hoe het voelt.

Hier gaat het om wat je er als coach mee doet. Want de manier waarop jij reageert op een verlies, bepaalt hoe jouw team er de komende weken mee omgaat.

Dat is gewoon zo. Geen discussie.

Eerst: stop met troostwoorden

Wat me opvalt bij toernooien is dat coaches vaak direct na afloop beginnen met "jongens, jullie hebben goed gedaan" of "we hebben ons best gedaan." Alsof troostwoorden het verlies ongedaan maken. Dat werkt niet.

Kinderen van tien, elf, twaalf jaar merken heel goed of ze goed waren of niet. Ze zien de uitslag.

Ze zien de tegenstander vieren. Eerlijk gezegd vind ik het beter om even stil te zijn. Niet lang, maar even. Laat het verlies zitten.

Dan pas praat je. En dan praat je niet over troost, maar over wat je hebt gezien. Concreet.

Zoals je ook bij een training doet: wat ging er goed, wat kan beter.

Analyseer, maar niet in de kleedkamer

De verleiding is groot om direct na de wedstrijd te analyseren. "We hadden meer moeten drukken op de vleugels" of "de achterlijn stond te hoog." Stop daar mee.

Niet op dat moment. De kinderen zijn moe, teleurgesteld, misschien aan het huilen. Ze horen je gewoon niet meer.

De volgende training is het belangrijkste moment

Wat ik doe: ik schrijf het op. Tijdens het toernooi heb ik altijd een klein notitieboekje bij me.

Na elke wedstrijd schrijf ik drie dingen op die goed gingen en drie dingen die beter kunnen. Niet meer. Dan kom ik de week daarna terug bij de training met concrete oefeningen. Zo vertaal je een verlies naar iets bruikbaars, in plaats van het te laten hangen als een vervelende ervaring. En daarom is de eerste training na een toernooi zo cruciaal.

Daar laat je zien hoe je als coach met tegenslag omgaat. Als jij gefrustreerd bent en het hebt over "die stomme scheidsrechter" of "het was gewoon niet onze dag," dan leren jouw spelers dat verlies iets is waar je niet verantwoordelijk voor bent.

Dat is het laatste wat je wilt. Wat je wél wilt laten zien: verlies hoort bij sport. Het is geen ramp. Het is informatie. En informatie kun je gebruiken.

Wat je niet moet doen: de schuld zoeken

Ik heb het vaker gezien. Een coach die na een verlies één speler aandijkt.

"Jij moest die bal houden" of "waar was jij nou?" Dat is destructief. Niet alleen voor die ene speler, maar voor het hele team. Want iedereen denkt dan: de volgende keer kan ik het zijn. Vooral bij jeugd is dat gevaarlijk.

Jeugdspelers zijn nog volop in ontwikkeling. Ze hebben geen mentale buffer om met die soort beschuldigingen om te gaan.

Een negatieve ervaring op een toernooi kan maanden meehangen. Soms langer. Dat vind ik trouwens het moeilijkste van coachen bij jeugd: je bepaalt hoe ze over voetbal gaan denken, zeker als je ze moet motiveren voor een kampioenswedstrijd.

Niet alleen wat ze op het veld doen, maar hoe ze zich voelen als ze thuiskomen. Dat is een verantwoordelijkheid die je niet mag onderschatten.

De tegenstander was gewoon beter — en dat is oké

Soms is de simpelste verklaring ook de juiste. De tegenstander was beter.

Niet beter getraind, niet beter gecoachd, gewoon beter op die dag. Dat gebeurt. En het is oké om dat hardop te zegen tegen je team. Want hier zit een les in.

Als je altijd een excuus zoekt — het veld was slecht, de scheidsrechter was partijdig, we hadden geen tijd op warm-up — dan leer je spelers dat ze geen controle hebben over hun eigen prestaties.

En dat is precies het tegenovergestelde van wat je wilt. Ik zeg het zo: "Vandaag waren ze beter. Dat is een feit. De vraag is: wat doen wij de komende weken om het volgende keer anders te laten uitpakken?" Zo houd je het realistisch én gericht.

Herhaal wat goed ging, ook na een verlies

Dit is iets dat ik te weinig zie gebeuren. Na een verlies focussen coaches bijna alles op wat er fout ging.

Maar er is altijs iets gegaan dat goed was. Misschien was het de druk aan de voorlinie. Misschien hield de verdediging de eerste helft goed stand.

Misschien was het de manier waarop de keeper de bal speelde. Dat benoem het. Hardop.

Want als je alleen de fouten bekijkt, krijg je een vertekend beeld. En dat beeld bepaalt hoe de kinderen zich voelen als ze de volgende training binnenkomen.

Wat doen met de speler die erdoor kapot is?

Er is altijd één. Die speler die na het verlies in een hoekje zit, niet praat, misschien stilletjes huilt.

Je kunt die niet negeren, maar je kunt hem ook niet forceren om erover te praten. Wat ik doe: ik ga naast hem zitten. Niet voor hem, niet tegenover hem. Naast hem. En ik zeg niet "het komt goed." Ik zeg: "Ik zag dat je moeilijk had. Dat is normaal.

Als je erover wilt praten, ben ik er." En dan laat ik het daarbij. De volgende dag, of later die week, komt het gesprek vaak vanzelf.

Vooral bij jongere jeugd, onder twaalf, is dit belangrijk. Die kinderen hebben nog niet de woorden om uit te drukken wat ze voelen.

Ze weten alleen dat het niet lekker is. En dat is prima. Je hoeft het niet op te lossen. Je hoeft er alleen maar te zijn.

Langere termijn: bouw veerkracht op

Een toernooi met verlies is eigenlijk een perfecte kans om iets te bouwen wat veel belangrijker is dan winnen: veerkracht.

Het vermogen om na een tegenslag weer op te staan en door te gaan. Dat bouw je niet op door altijd te winnen. Je bouwt het op door te laten zien dat verlies onderdeel is van het proces. Dat je als coach niet in paniek raakt.

Dat je de volgende training weer aanwezig bent, met een plan, met energie. De kinderen kijken naar jou.

Niet alleen naar wat je zegt, maar naar wat je doet. Als jij rustig blijft na een verlies, dan leren zij dat ze dat ook kunnen. Dat is coachen.

Niet de tactiek, niet de oefeningen. Dit.

Concreet: wat neem je mee naar de volgende training?

Even samengevat, want ik hou van duidelijkheid: Schrijf na elke toernooiwedstrijd drie goede dingen en drie verbeterpunten op. Niet meer. Gebruik die notities voor de eerste training erna.

Zorg dat je oefeningen aansluiten bij wat je hebt gezien. En begin de training niet met "laten we het hebben over het toernooi." Begin met voetbal. Laat ze weer voelen waarom ze het doen.

Want uiteindelijk is dat het belangrijkste. Ze moeten willen blijven.

En dat lukt alleen als jij als coach laat zien dat er na een verlies altijd een volgende kans komt.


Redactie
Redactie
✓ Geverifieerd auteur ✓ Jeugd schoenen
Redactie
Redactie

Meer over Jeugd schoenen

Bekijk alle 194 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Accommodatie bij een voetbalreis voor jeugd: sportkampen vs hotels
Lees verder →