Je ziet het overal: trainers die met fanatiek enthousiasme positiespel introduceren bij hun onder 9 of 10.
▶Inhoudsopgave
▶Inhoudsopgave
Kleine vakjes, gekleurde hesjes, lijnen op het veld — het ziet er goed uit. Maar kunnen die jongens en meisjes nou écht begrijpen wat er van ze wordt verwacht?
Als je het te vroeg invoert, krijg je geen taktisch inzicht, maar frustratie. En dat is zonde.
Wanneer pak je het aan?
De vraag is niet "wanneer is het trendy?", maar "wanneer kunnen ze het aan?" Een speler die nog worstelt met aannemen en passen, heeft geen baat bij complexe positiespelprincipes. Die basisvaardigheden moeten eerst zitten.
Anders draait het alleen maar om rennen zonder richting. Wat me opvalt is dat veel trainers het als een soort "grote stap" zien — alsof je overgaat van "kinderachtig voetballen" naar "echt voetbal".
Maar het is een glijdende schaal. Bij de onder 9 kun je al beginnen met heel simpele vormen, zonder het positiespel te noemen. Denk aan 2 tegen 1 situaties waar ze leren zoeken naar ruimte. Geen schema's, geen uitgebreide uitleg — gewoon doen.
Vormen die werken
Ik heb een aantal vormen gezien die echt resultaat opleveren. Niet ingewikkeld, maar effectief.
Verdeel het veld in blokken. Binnen elk blok moeten spelers de bal houden.
Passlijnen blokkeren (2+1)
Een spits probeert aan te spelen van een drietal. Simpel? Ja. Effectief? Absoluut. De spelers leren al snel dat je de bal moet bewegen om ruimte te creëren. Je kunt het moeilijker maken door een tijdslimiet of maximum aantal passes te gebruiken. Wat ik goed vind: de spits kan na een paar passes vanuit de rug druk zetten.
Dat levert automatisch tempo op. Twee aanvallers, één verdediger.
2 tegen 1 lijndribbel
De aanvallers starten vanaf de achterlijn en dribbelen naar het doel. De verdediger kan scoren op een klein doel. Als de bal uit is, wisselen ze van rol en sluiten ze aan bij het andere veldje.
Deze vorm is goud waard voor het aanvoelen van ruimtes en het creëren van overtal. Het tempo is hoog, de beslissingen snel — precies wat je wilt.
3 tegen 3 met pionnen
Drie aanvallers tegen drie verdedigers. De verdedigers scoren door de bal tegen een pion te passen.
De aanvallers moeten die pionnen "overschatten" en de ruimte gebruiken. Na een tijdje wisselen de teams. Deze vorm introduceert positionering in een competitieve omgeving zonder het te ingewikkeld te maken.
4 tegen 3 lijnvoetbal
Vier aanvallers proberen te scoren tegen drie verdedigers. De aanvallers kunnen de bal over de achterlijn dribbelen en controleren in het vak.
Vereist een goede basisvaardigheid en begrip van positionering. Niet voor beginners, maar perfect voor teams die al wat verder zijn.
Het geheim: wedstrijdecht
Eerlijk gezegd vind ik dit het belangrijkste punt. Positiespel moet wedstrijdecht zijn. Dat betekent richting en omschakeling.
Voeg doeltjes toe waar het verdedigend team op kan scoren als ze de bal veroveren.
Dit maakt de vorm aantrekkelijk en voegt een extra dimensie toe. Spelers leren snel reageren op balverlies en terugveroveren. En dat is precies wat je in een wedstrijd nodig hebt.
Het pad doorlopen
De KNVB biedt een leerlijn voor de onder 10 via hun online assistent. Die combineert spelvormen, positiespel, aanvalsvormen en techniektraining voor voetbal — van klein naar groot.
Goed als startpunt, maar pas het aan op jouw team. Niet elk team is hetzelfde.
Wat ik zelf toegevoegd heb aan mijn trainingen: spelers laten meedenken. Vragen stellen in plaats van alles voorschrijven. "Waarom gaf je die pass niet eerder?" of "Wat als je nu naar links beweegt?" Dat stimuleert creativiteit en begrip. En het werkt beter dan een praatje van tien minuten vooraf.
De basis
Laten we het hebben over wat echt telt. Begin eenvoudig. Verhoog de moeilijkheidsgraad geleidelijk. Zorg dat balbezit, passoefeningen voor jeugdteams en dribbeltechniek goed zijn voordat je complexere positiespellen invoert.
Geef duidelijke instructies en concrete voorbeelden. Moedig communicatie aan. En wees geduldig.
Varieer de vormen. Probeer ook eens voetbaloefeningen met pionnen voor jeugdtraining.
Een training met dezelfde oefening keer op keer wordt saai, ook al is het positiespel. En evalueer regelmatig. Kijk wat werkt, wat niet, en pas aan. Positiespel is geen doel op zich.
Het is een middel om betere voetballers te maken. Als je dat niet vergeet, heb je al een voorsprong.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de verschillende vormen van positiespel die geschikt zijn voor jonge spelers?
Positiespel kan op verschillende manieren worden geïntroduceerd. Begin met eenvoudige vormen zoals 2 tegen 1 situaties, waarbij spelers leren om naar ruimte te zoeken, zonder complexe schema’s of uitleg.
Wanneer is het passend om positiespel in te voeren bij een jeugdteam?
Ook vormen zoals ‘passlijnen blokkeren’ (2+1) en ‘2 tegen 1 lijndribbel’ zijn effectief om de basisvaardigheden te versterken en het tempo te verhogen. Het is belangrijk om te wachten tot spelers een goede basisvaardigheid hebben, zoals aannemen en passen, voordat je begint met positiespel. Bij de onder 9 kun je al beginnen met simpele vormen, zonder het te benoemen als ‘positiespel’.
Hoe kan ik positiespel wedstrijdecht maken?
Denk aan 2 tegen 1 situaties, waarbij de focus ligt op het zoeken naar ruimte en het creëren van kansen.
Welke vormen van positiespel zijn geschikt om de ruimtevulling en overtal situaties te oefenen?
Om positiespel echt bruikbaar te maken, moet het wedstrijdecht zijn. Dit betekent dat spelers moeten leren om richting te nemen en te schakelen, zodat ze ook in een wedstrijd effectief kunnen positioneren en de bal kunnen verplaatsen. Door elementen zoals tempo en omschakeling toe te voegen, wordt het spel realistischer en leer je de spelers de essentie van het positiespel. Vormen zoals ‘3 tegen 3 met pionnen’ en ‘4 tegen 3 lijnvoetbal’ zijn uitstekend om spelers te laten ervaren hoe ze ruimtes kunnen gebruiken en hoe ze optimaal kunnen profiteren van overtal.
Wat zijn de belangrijkste principes achter het succesvol toepassen van positiespel?
Deze vormen creëren een competitieve omgeving waarin spelers snel beslissingen moeten nemen en hun positionering moeten aanpassen. De sleutel tot succesvol positiespel ligt in het focussen op de basisvaardigheden, het beginnen met eenvoudige vormen en het geleidelijk complexer maken. Het is ook cruciaal om te zorgen dat het spel wedstrijdecht is, met aandacht voor richting, omschakeling en tempo, zodat de spelers leren hoe ze positiespel kunnen toepassen in een echte wedstrijd.