Elke trainer weet het: de snelste jongen op het veld krijgt de bal het vaakst. Maar snelheid is niet iets dat je hebt of niet hebt.
▶Inhoudsopgave
▶Inhoudsopgave
Je kunt het trainen. En bij jeugdvoetbal betekent dat vooral één ding: de basis leggen. Niet met ingewikkelde fitnessschema's, maar met oefeningen die passen bij hoe jonge spelers bewegen, denken en — belangrijkst — plezier hebben.
Wat me opvalt bij veel trainingen is dat snelheid wordt gelijkgesteld met hardlopen.
Maar voetbalsnelheid is iets anders. Het gaat om explosiviteit in de eerste drie stappen, het vermogen om van richting te veranderen zonder balans te verliezen, en het snel reageren op wat er op het veld gebeurt. Die drie componenten train je het beste met oefeningen die lijken op het spel zelf.
De eerste stappen: startsnelheid trainen
De meest cruciale fase van een sprint is de start. In een wedstrijd ren je zelden langer dan tien meter in één keer, maar die eerste paar meter maken het verschil tussen winnen en verliezen van een duel.
Oefening: Het startspel
Daarom begin ik altijd met startsnelheid. Laat de jongens en meisjes beginnen in een rare houding. Op de buik. Op de rug. In een hurk.
Met de rug naar de looprichting. Geef een signaal — fluitje, klap, roep — en ze sprinten tien meter. Het trucje zit in de onverwachtheid.
Ze kunnen niet voorbereiden, dus moeten direct reageren. Dat traint precies het soort explosiviteit dat je nodig hebt bij een losse bal of een counter.
Na een paar rondes verleng je de afstand naar vijftien meter. Of je laat ze starten vanuit een squat. Het punt is: houd het kort, houd het explosief, en zorg dat ze na elke sprint even herstellen. Snelheidstraining is geen conditietraining. Rust tussen de herhalingen is belangrijk.
Wendbaarheid en richtingsverandering
Een snelle voetballer is niet de jongen die rechtuit het hardst rent.
Oefening: Het zigzagparcours
Het is degene die in een beweging van richting kan veranderen en toch zijn snelheid behoudt. Dat is een andere vaardigheid, en die train je met zigzagwerk. Zet vijf of zes pionnen in een lijn, anderhalf meter uit elkaar. De jongen rent er zigzaggend doorheen, draait om, en rent terug. Simpel, maar effectief.
Wat ik vaak zie is dat kinderen bij het draaien hun hakken laten zakken en hun gewicht naar achteren brengen. Dat kost tijd. Wacht tot ze hun schouders boven hun voeten houden bij de bocht, en je ziet direct dat ze sneller door de pionnen gaan.
Wil je het moeilijker maken? Zet de pionnen dichter bij elkaar.
Of laat ze een bal dribbelen tijdens het parcours. Of gebruik een stopwatch — jonge spelers worden gek op tijden verbeteren. Dat competitieve element werkt goed, zolang je blijft benadrukken dat ze hun eigen tijd moeten versnellen, niet die van een ander.
Reactiesnelheid: sneller denken, sneller bewegen
Reactiesnelheid is misschien wel de moeilijkste component te trainen, omdat het zoveel met de hersenen te maken hebt.
Oefening: Bal-tikspel
Maar er zijn manieren om het toegankelijk te maken. Sta drie meter van het kind af met een zachte bal. Gooi de bal onverwacht links of rechts.
Het kind moet de bal vangen voordat die de grond raakt. Het klinkt simpel, maar het dwingt het kind om te lezen wat je doet, te beslissen welke kant hij op moet, en dan daadwerkelijk te bewegen.
Dat is precies wat er gebeurt als een tegenstander een pas maakt of een bal onverwacht verandert van richting.
Varieer met de hoogte en snelheid van de worp. Laat ze vangen met hun voeten in plaats van hun handen. Of gooi twee ballen achter elkaar en laat ze beide vangen. Het blijft uitdagend, en dat is precies wat je wilt.
Teamwerk en intensiteit: estafettes met een twist
Estafettes zijn saai. Tot je er iets aan verandert.
Oefening: Estafette met actie
Ik gebruik ze niet om conditie op te bouwren, maar om explosiviteit in een teamcontext te trainen. Maak twee lijnen van vijftien meter. De eerste persoon sprint naar de overkant, maar moet daar iets doen voordat hij terugrent. Een dribbel tussen twee pionnen.
Een header tegen een bal die je vasthoudt. Een salto. Iets dat hen dwingt om na een sprint nog even scherp te blijven.
Dan tikken ze de volgende aan, en die doet hetzelfde. Het mooie van deze oefening is dat de kinderen op de lijn staan te springen van enthousiasme. Ze willen winnen.
En terwijl ze willen winnen, trainen ze precies het soort korte, explosieve inspanningen die in een wedstrijd terugkomen.
Schaduwen: bewegingen lezen en nadoen
Deze oefening gebruik ik vaak als afsluiter, omdat hij zowel fysiek als mentaal uitdagend is. Sta tegenover het kind.
Oefening: Schaduwspel
Jij beweegt, het kind volgt. Vooruit, achteruit, zijwaarts, plotseling stoppen, weer door. Het kind moet je bewegingen exact nadoen om zo de balbeheersing bij kinderen tussen 6 en 10 jaar te verbeteren.
Na een minuut wissel je van rol. Wat ik hierin leuk vind is dat het kind leert kijken naar een ander lichaam en er direct op reageren.
Dat is een vaardigheid die je niet kunt oefenen met een pionnenparcours. Voeg een bal toe en het wordt nog interessanter. Jij dribbelt, het kind volgt. Jij veranderen van richting, het kind moet mee.
Het voelt als een spel, maar het traint precies de soort behendigheid die je nodig hebt in een één-op-één situatie. Wil je je kind beter leren dribbelen? Begin dan met deze simpele stappen.
Een paar dingen die ik belangrijk vind
Begin altijd met een warming-up. Niet vanwege de regels, maar omdat koude spieren sneller scheuren.
En bij jeugdvoetbal betekent dat: loopjes, dynamische rekken, en misschien wat speltechnische oefeningen voor thuis om de bloedcirculatie op gang te brengen. Eindig met een cool-down. Niet lang, vijf minuten is genoeg.
Maar het geeft het lichaam de kans om te herstellen, en het is een goed moment om even terug te kijken wat er goed ging. En dan dit: let op de schoenen.
Ik zeg het elke keer, maar een goede schoen maakt echt verschil bij snelheidstraining.
Een hoge zool voelt misschien stoer, maar een lage hak geeft meer stabiliteit bij het afzetten. En op kunstgras — waar de meeste jeugdtrainingen plaatsvinden — wil je multi-ground noppen, geen FG. Die geven meer grip en minder kans op uitglijden bij scherpe bochten. Nike schoenen vallen vaak smaller, Adidas breder.
Kies niet op merk, maar op pasvorm. Een half tot een centimeter ruimte aan de voorkant, en de hak moet stevig vastzitten.
Snelheidstraining hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het moet wel consistent zijn, en het moet leuk blijven. Als kinderen plezier hebben, komen ze terug. En als ze terugkomen, worden ze sneller.
Veelgestelde vragen
Wat is de belangrijkste focus bij het trainen van snelheid bij jonge voetballers?
Bij het trainen van snelheid bij jonge voetballers is het cruciaal om te focussen op explosiviteit, het vermogen om snel van richting te veranderen en snel te reageren op veranderingen op het veld. Dit bereik je het beste door oefeningen te gebruiken die lijken op het spel zelf, zoals startsnelheidsoefeningen en zigzagparcoursen.
Hoe kan ik mijn kind helpen om sneller te starten?
Om de startsnelheid te verbeteren, kun je kinderen in verschillende onverwachte houdingen laten beginnen, zoals op de buik, rug of in hurk.
Welke oefeningen zijn effectief om explosiviteit in voetbal te trainen?
Geef een plotseling signaal (fluitsignaal of roep) en laat ze direct sprinten. Dit dwingt hen om snel te reageren en hun explosiviteit te ontwikkelen. Effectieve oefeningen om explosiviteit te trainen zijn korte sprints van korte afstanden (10-15 meter), waarbij de nadruk ligt op een snelle reactie en een explosieve beweging.
Hoe kan ik de richtingsverandering van een jong speler verbeteren?
Ook oefeningen zoals starten vanuit een squat, helpen om de kracht en snelheid te vergroten. Om de richtingsverandering te verbeteren, laat je de jongen zigzaggend door een parcours van pionnen rennen, waarbij hij zijn schouders boven zijn voeten houdt bij elke bocht. Dit zorgt voor een stabiele basis en een snellere doorstroming door het parcours, en het gebruik van een bal tijdens het parcours maakt het nog uitdagender. Voetbalsnelheid gaat niet alleen om het hardst rennen, maar om explosiviteit in de eerste stappen, het vermogen om snel van richting te veranderen zonder evenwicht te verliezen en snel te reageren op veranderingen op het veld. Het is dus een combinatie van kracht, behendigheid en reactievermogen.